In zijn sterrenwacht in de achtertuin vindt Ton Spaninks uit Tilburg rust. De zon, dat is helemaal zijn ding. Met zijn waarnemingen draagt hij al bijna veertig jaar bij aan de wetenschap. En passant beleven bezoekers hier een bijzondere ervaring.
Door Theo van Etten
“Goed opletten,” zegt Ton terwijl hij een houten wasknijper bij het oculair van zijn imposante telescoop houdt. Vrijwel direct stijgen de rookdampen omhoog. “Dit punt is gloeiend heet, kun je nagaan wat er met je oog gebeurt als je rechtstreeks door de lens naar de zon kijkt.” Maar ja, we willen toch de zon bestuderen? Direct wijst hij op een supersimpel, maar even doeltreffend hulpmiddel. Een stukje wit papier is in het verlengde van de telescoop aangebracht. “Kijk, nu kunnen we op ons gemak de zon bekijken.”
Dagelijks beklimt Ton het trapje naar zijn koepel. “Zelf gebouwd,” zegt hij trots, “Dit is al mijn derde.” Centraal in het observatorium staat een instrument dat is samengesteld uit meerdere telescopen. De belangrijkste is een 127 mm Polarex (Unitron) refractor, die tot ruim driehonderd keer vergroot. Handig, als je je realiseert dat de zon op zo’n 150 miljoen kilometer afstand van de aarde staat.
Zonnevlekken
Ton zet zich achter zijn telescoop. Op het geprojecteerde vlak op het witte papier tekent hij met stift de stipjes over die amper zichtbaar zijn. “Zonnevlekken,” legt hij uit. “Dat zijn koelere plekken op de zon, slechts 4500 graden Celsius. Ze worden veroorzaakt door magneetvelden, ze komen en ze gaan en daarmee zeggen ze iets over de zonneactiviteit. En dat willen wetenschappers graag weten.” Om die reden geeft Ton dagelijks zijn waarnemingen door aan de Koninklijke Sterrenwacht in Ukkel, België. “Zonnevlekken kunnen bepaalde verschijnselen op aarde verklaren. Zoals langere perioden met strenge winters of warme zomers bijvoorbeeld. Of het uitbranden van elektriciteitscentrales zoals dat in 1989 in Canada is gebeurd.”
Hale-Bobb
Zijn hele leven staat in het teken van het universum. Al op piepjonge leeftijd ziet Ton zijn vader regelmatig naar de nachtelijke zwarte hemel kijken. Wat is daar te zien?, vraagt de vierjarige jongen zich af. Op zijn elfde koopt hij een echte telescoop waarmee hij kraters op de maan bestudeert, op zoek gaat naar het Zevengesternte en de Orionnevel waarneemt. Als zestienjarige bouwt hij zelf een telescoop en later richt hij samen met en aantal andere ‘planetengekken’ de astronomische vereniging Wega op. Naarmate in zijn woonwijk (Tilburg-Zuid) door uitbreiding richting het buitengebied steeds meer lichtvervuiling optreedt, verplaatst hij zijn interessegebied naar de zon. “De meest bijzondere waarneming? Naast de zonsverduistering van 1999 was dat ongetwijfeld het passeren van de kometen Hale-Bobb in 1995 en Hyakutake in 1997. Zo helder zie je ze maar zelden. Met het hele gezin hebben we ernaar staan kijken. Toen was ik wel even intens gelukkig, ja.”
Voor Ton is het doen van waarnemingen vooral een moment van rust en bezinning. “Het feit dat je vulkanische erupties van tienduizenden kilometers hoogte kunt zien en dat op 150 miljoen kilometer afstand, maakt je ontzettend nietig. Met mijn sterrenwacht De Tiendesprong wil ik een venster op dat heelal bieden voor mijzelf en iedereen die dat een keer wil ervaren.”
Wil je een keer meedoen aan een kijkavond, meld je dan aan. Alle info vind je op: www.tiendesprong.nl.